In de media

 


                                          maandag, 4 juni 2007  

Nunspeet - Nairobi Ontwikkelingshulp is een zaak van lange adem, maar het kan veel vrucht dragen. Dit is het verhaal van oud-Leeuwarder Jan Leegstra. Dit jaar is het 25 jaar geleden dat hij met zijn gezin naar Kenia vertrok naar de sloppenwijken van Nairobi, onder andere in Kibera, de grootste slum van heel Afrika.

LODEWIJK BORN
Jan Leegstra, geboren in de Huizumer Jouwsmastraat, gelooft niet in het verhaal van de druppel op de gloeiende plaat. Ja, natuurlijk is het een druppel als je spreekt over de grootste sloppenwijk van Afrika met meer dan één miljoen mensen. Maar die druppel heeft er wel toe geleid dat er inmiddels 28 christelijke kerken zijn gebouwd, basisonderwijs wordt gegeven en er nu ook een opleiding is om kleermaker te kunnen worden. Dat is geen druppel, maar een stortbui van zegen.
Het verhaal begon ruim 25 jaar geleden. Toen kreeg Leegstra een droom. Hij zag een duister land met aan de hemel zeven stralende letters: ,,N A I R O B I" Ik weet het nog als de dag van gisteren. Ik maakte mijn vrouw Alice wakker en zei: ‘wat ik nou toch heb gedroomd..’ Enige tijd later zaten Jan en Alice in een kerkdienst waar een indringende oproep werd gedaan door de voorganger voor zendingswerk/onderwijs in de sloppen van Nairobi. We keken elkaar aan en voelden ons helemaal onrustig worden”, blikt Leegstra terug. ,,We liepen naar voren en zeiden tegen de prediker: die oproep is voor ons bedoeld.”
Het werd het begin van het zendingsavontuur. In 1982 werden Jan en Alice Leegstra uitgezonden naar Kenia, samen met hun twee dochters Carin en Froukje. Jan gaf er zijn baan als leraar voor op. ,,Je kunt je niet voorstellen hoe het er in de wijk Kibera uitziet. Het is een miljoenenstad van krotten. Huisjes van afval en oude golfplaten, open riolen, het is dagelijks overleven.’’ In de periode 1982-1985 legde het echtpaar de basis voor de sociale projecten die nu draaien. ,,In 1982 werd het eerste kerkje gebouwd in de slums. In januari hebben we het 25-jarig jubileum van deze kerk gevierd.”
De kerken werden de plekken waar naast kerkdiensten, ook basisonderwijs wordt gegeven. ,,Je moet je voorstellen, dat onderwijs de énige mogelijkheid is voor de kinderen op een andere toekomst. Eigenlijk wil iedereen naar school, maar velen krijgen de kans niet vanwege de armoede.”

Startmotor                                                                                                                                                                        Jan en Alice wilden vooral startmotoren zijn. ,,Ons doel was dat we ons werk met een gerust hart konden overdragen aan de lokale leiders.Dat is gelukt. Het werk is succesvol voortgezet toen wij weggingen"I n 2001 richtte het echtpaar de stichting New Hope op. Op dit moment werken er zeven Kenianen voor de stichting in de Keniaanse hoofdstad. ,,Van accountant tot sociale werkers. Ze wonen zelf ook temidden van de armen.”Met het geld dat de stichting New Hope in Nederland inzamelt, worden op dit moment veertig kinderen van levensonderhoud en onderwijs voorzien. Tevens wordt medische hulp geboden aan zieken in de sloppenwijken. Alle kinderen worden jaarlijks persoonlijk bezocht en ook wordt de gezinssituatie besproken. 

Warme maaltijd                                                                                                                                                        Alice gaat daarnaast soms nog apart van haar man, omdat ze voor een christelijke reisorganisatie Safari-reizen organiseert. ,,Ze is daar dan reisleidster, maar neemt de groep ook mee naar de slums. Om ook de andere kant van Kenia te laten zien. Dat het meer is dan prachtige wildparken. Na afloop blijft ze dan wat langer, om de projecten te bezoeken. Onlangs was er een directeur mee op een reis van haar. Hij was zichtbaar aangedaan en beloofde om bij terugkomst in Nederland te kijken hoe er iets gedaan kan worden door middel van sponsoring.’’ Enkele honderden schoolkinderen krijgen via WWZ (zie partners) dagelijks een warme maaltijd. Vaak de enige per dag, naast wat maispap.

Met het noodfonds worden zieke kinderen tegen kostprijs behandeld in een ziekenhuis in Nairobi waar New Hope mee samenwerkt. Toen de basisscholen op de rails stonden, werd door New Hope ook verder gekeken. ,,Er moest een vervolg komen op dat onderwijs. Daarom hebben we een kleermakersopleiding voor de kansarme jongeren gestart. Elke dag komen er 35 jongens en meisjes die les krijgen. Na twee jaar krijgen ze, als ze geslaagd zijn, een officieel erkend staatsdiploma.”
Gemiddeld slagen er per jaar vijftien studenten. In 2008 wil New Hope er voor zorgen dat de afgestudeerde studenten ook daadwerkelijk een eigen bedrijfje kunnen beginnen. ,,We willen hun een lening verstrekken om een naaimachine en materiaal te kunnen kopen, plus de huur van zes maanden voor een hutje dat ze als werkplaats kunnen gebruiken.De lening wordt verstrekt als microkrediet.’’In de praktijk blijken die minibedrijfjes het heel goed te doen in de slums. Er is een eigen economisch stelsel midden in de armoede. Leegstra heeft in de kwart eeuw dat hij in Kenia komt, dingen duidelijk zien verbeteren, maar ook leren relativeren. In het begin had hij de hoop om grote samenwerkingsverbanden op te zetten. ,,Er zijn namelijk ontzettend veel organisaties in de sloppenwijken, zoals Kibera, actief. Ik dacht: waarom werken die niet samen? Inmiddels heb ik ervaren dat je ze nooit samen krijgt. Iedereen doet wat hij moet doen en misschien moeten we daar gewoon dankbaar voor zijn.’’

Hoop Het geloof speelt een belangrijke rol in de scholen en kerken in de sloppenwijken, vertelt Leegstra, die oorspronkelijk christelijk-gereformeerd was, maar nu lid is van een evangelische gemeente. ,,De kerken in de sloppenwijken zijn ook allemaal evangelische kerken, dat past bij de beleving daar.” De bezoeken aan Kenia bevestigen hen iedere keer weer dat ze destijds de goede keuze hebben gemaakt. ,,Neem bijvoorbeeld Philip Rangondi. Hij wil heel graag piloot worden. Hij wordt gesponsord door twee Nederlandse echtparen en zei: ‘Door jullie werk hier wordt dat misschien mogelijk! Wij geloven dat het hem gaat lukken, ook omdat zijn sponsorouders hem heel erg goed helpen.’’

 Boven alles vinden Alice en Jan dat God de eer moet krijgen. Hij heeft Zijn woord bevestigd:                          
‘..opdat je zult heengaan en vruchtdragen, en je vrucht zal blijven'  "Dat is wat we hebben gezien in Nairobi:  Kansarme kinderen krijgen nieuwe hoop, zelfrespect, en een nieuwe toekomst"  Meer info newhope@kpnplanet.nl
 

Stentor

Steun voor jeugd in sloppen Nairobi


Afbeelding
New Hope biedt kinderen in Nairobi uitzicht op een betere toekomst. Foto ST. NEW HOPE

29 MEI 2006 - NUNSPEET/NAIROBI - Met kinderhulp, een naaiproject, een noodfonds en een auto doen Alice en Jan Leegstra vanuit Nunspeet al jaren hun best voor de met name jeugd in de sloppenwijken van Nairobi. Wie dat wil kan nu ook een rondreis maken door de wildparken en tevens de projecten bezoeken.

Alice Leegstra uit Nunspeet was onlangs weer in de sloppenwijken van Nairobi, waar ze inmiddels veel mensen kent. Na lange tijd van droogte regende het gelukkig weer, maar tegelijk zorgt dat water ook weer voor problemen.

Het water staat in de krotjes en er drijft allerlei rommel in. Maar ook daar is Alice in de loop der jaren wel vertrouwd mee geraakt. In 1982 gingen zij en haar man met hun gezin naar Nairobi om er te wonen en verschillende projecten op te starten. Het was voor hen een roeping en dat is het nog steeds, al wonen ze intussen alweer jaren in Nunspeet. 

Via hun stichting New Hope begeleiden ze de Keniaanse werkers, die destijds getraind zijn om het werk over te nemen. Deze werkers zorgen onder andere voor kinderen in de sloppenwijken en helpen hen met scholing, voeding en medische hulp. Dit is mogelijk door het financiële adoptieplan. Vooral in de regentijd is het noodfonds van de stichting van groot belang. Er zijn dan veel meer ziektes, zoals longontsteking en cholera. Het wordt bijna winter en dan kan het ’s nachts in Nairobi soms rond het vriespunt zijn. Daarom gaan er ook weer dekens vanuit Nunspeet naar Nairobi. De terreinwagen is vooral van belang om zieken te kunnen vervoeren. De auto wordt ook gebruikt voor het voedingsproject van de scholen in de sloppenwijken. De stichting stuurt elke maand veertig euro voor diesel en is op zoek naar sponsors die 10 euro per maand voor brandstof willen geven.

Het straatjongensproject is kortgeleden afgerond. Het viel volgens hen niet mee de jongens die vaak al jaren op straat hadden geleefd, goed te begeleiden. Maar sommigen van hen runnen nu een klein bedrijfje in de sloppenwijken. En de kerk blijft bereid hen verder te helpen. 

De kleermakersopleiding lijkt een succes te worden. De cursisten zijn nu bezig schooluniformen te maken voor de leerlingen van omringende scholen. De opzet is dat de jongeren die na twee jaar slagen voor het staatsdiploma, een microkrediet krijgen. Daarmee kunnen ze een naaimachine kopen, plus materialen en kunnen ze de huur voor een hutje betalen voor de eerste zes maanden. Daarna moeten ze hun eigen huur betalen en een half jaar later moeten ze dan de lening afbetalen met vijf euro per maand. Hiervoor is een startkapitaal nodig van 12.000 euro. Daarvan kunnen jaarlijks vijftien jongeren worden geholpen met het opstarten van een eigen bedrijfje. Als reisleidster kan Alice Leegstra bezoekers van Kenia ook kennis laten maken met de projecten in de sloppenwijken.
Mensen die daar belangstelling voor hebben kunnen contact opnemen via tel. 0341 253282